fbpx

De dalende lijn

Het jonge Lelystad kreeg het begin jaren 80 erg moeilijk. De landelijke economie zakte in en er kwamen meer mensen zonder werk te zitten. Er vetrokken meer mensen uit Lelystad dan dat er nieuwe inwoners kwamen. Op het dieptepunt in 1989 stonden maar liefst 2.300 woningen leeg (10 procent) en had 14 procent van bevolking te maken met criminaliteit. De financiële problemen groeiden Lelystad boven het hoofd en de stad ging zelfs failliet. Dus was het plan om meer werkgelegenheid te creëren en de woonomgeving verbeteren. De weg omhoog werd langzaam ingezet.

In 1975 kwam er een omslagpunt. Het aantal nieuwe arbeidsplaatsen groeide langzamer dan de beroepsbevolking. Gevolg was dat het woon-werkverkeer sterk toenam. Het probleem werd nog verergerd doordat in de jaren ’70 de economie inzakte. Vooral de vestiging van bedrijven bleef daardoor sterk achter. Het jonge Lelystad kreeg het daardoor begin jaren 80 erg moeilijk. Het Rijk schafte het groeikernenbeleid af en Almere werd een geduchte concurrent van Lelystad. In een poging te voorkomen dat de ontwikkeling van Lelystad zou stagneren, haalde het gemeentebestuur iedereen naar binnen die hier wilde wonen. Gevolg: relatief veel mensen met een uitkering kwamen naar deze nieuwe stad. Het vooruitzicht om een baan te vinden in Lelystad was niet gunstig. De werkloosheid was structureel hoger dan het landelijk gemiddelde. Ook na 1984 toen deze in de rest van Nederland daalde. Door de economische teruggang in Nederland verlaagden veel werkgevers de reiskostenvergoeding. Lelystedelingen die buiten Lelystad werkten, konden de kosten voor het woon-werkverkeer niet meer betalen en verhuisden naar een plek dichter bij het werk.

De tijd van ongeremde groei was voorbij. In deze tijd vertrokken er meer mensen uit de stad dan dat er kwamen wonen. Hierdoor kampte Lelystad met een overcapaciteit aan voorzieningen en bouwgrond. Zo had de gemeente bijvoorbeeld vier gebieden bouwrijp laten maken voor een bedrag van 25 miljoen euro. Eind jaren ’80 zou Lelystad volgens de structuur schets stedelijke gebieden 1983 85.000 inwoners moeten hebben. Het werden er 57.638.

Leegstand en criminaliteit

Hoewel er minder huizen werden gebouwd nam de leegstand toe. In 1989 stonden er maar liefst 2.300 woningen leeg (10 procent van het totale bestand aan woningen). Maar er was nog een probleem: de criminaliteit nam toe. Maar liefst 14 procent van de inwoners had hiermee te maken. Lelystad was aan het verpauperen. Dat was het algemene beeld in de rest van het land, breed uitgemeten in de landelijke media.

Naast de zwakke sociale structuur, overcapaciteit aan voorzieningen en bouwgrond, rezen ook de kosten voor het beheer en het onderhoud van de royaal opgezette ruimtelijke structuur van Lelystad de pan uit. Terwijl aan de andere kant de inkomsten terugliepen door landelijke bezuinigingen en de lagere bevolkingsgroei. De financiële problemen groeiden Lelystad boven het hoofd. De stad ging zelfs failliet en zocht steun bij het Rijk. Lelystad werd een zogeheten Artikel 12-gemeente en mocht niet langer zelfstandig besluiten nemen die financiële gevolgen hadden. Daarnaast kwam er een personeelsstop en moest de overcapaciteit aan personeel binnen 5 jaar worden teruggebracht.

Van vele kanten werd erop gewezen dat het Rijk zelf schuldig was aan de vele problemen en dat het aansprakelijk was voor de kosten die het gevolg waren van dit beleid. Eind 1986 stelde het tweede kabinet Lubbers de Interdepartementale Commissie Lelystad (ICL) in. Het advies dat de commissie in het voorjaar 1987 gaf, was dat Lelystad niet langer vast zou moeten houden aan een streefgetal van 80.000 inwoners. Eerst moest de gemeente ervoor zorgen dat het bestaande inwoneraantal werd geconsolideerd. In plaats van meer woningen te bouwen om meer inwoners aan te trekken, moest er meer werkgelegenheid komen om de sociale structuur van de stad te versterken. De bestaande infrastructuur en woonomgeving moest worden verbeterd. Concrete maatregelen waren dat Lelystad een vergoeding kreeg voor het te hoge voorzieningenpeil en te ruime opzet van de stad. Ook kocht het Rijk een deel van de overbodige bouwgronden terug. Lelystad vond de weg weer omhoog, Door de komst van nieuwe bedrijven en dienstverlenende instellingen daalde de werkloosheid van 19% in 1987 naar 13% in 1990. De gemeente wist ook greep te krijgen op de criminaliteit. Vanaf 1990 nam het aantal mensen dat de stad verliet af en de bevolking nam weer geleidelijk toe.

De weg terug

Lelystad hield niet langer vast aan de groei naar 80.000 inwoners, maar bracht de stad – met hulp van het Rijk – weer op orde. De bestaande infrastructuur en woonomgeving verbeterden. Lelystad kreeg een vergoeding voor het te hoge voorzieningenpeil en de te ruime opzet van de stad. Ook kocht het Rijk een deel van de overbodige bouwgronden terug.

Door de komst van nieuwe bedrijven en dienstverlenende instellingen daalde de werkloosheid. De gemeente wist ook grip te krijgen op de criminaliteit. Vanaf 1990 nam het aantal mensen dat de stad verliet af en de bevolking nam weer geleidelijk toe. De weg terug was ingezet!