fbpx

Inpoldering Oostelijk Flevoland

Begin 1951 werd op een verbreed stuk dijk, midden in het IJsselmeer, een houten kamp voor dijkwerkers aangelegd. Van hieruit legden zij eerst de 90 kilometer lange ringdijk rond Oostelijk Flevoland aan. De arbeiders bouwden ook het gemaal Wortman en de Noordersluis. Het gemaal kan 2.000 kubieke meter water per minuut wegpompen. De sluis overbrugt 6 meter hoogteverschil. Oostelijk Flevoland viel in juni 1957 droog.

De ringdijk van Oostelijk Flevoland was ongeveer 90 kilometer lang. De dijk werd niet in één keer aangelegd, maar in aparte dijkvakken die naar elkaar toe gebouwd werden. In de zomer va 1950 begon de bouw van de eerste drie dijkvakken, de percelen P, Q en R. Elk dijkvak is ongeveer 7 kilometer lang.

Het dijkvak Perceel P ligt bij de plek waar Lelystad is gepland. Op 31 oktober 1949 werd een dukdalf geplaatst op de plek waar zou worden begonnen met de aanleg van het dijkvak. Deze is geplaatst op het snijpunt van de Oostvaarders- en de Knardijk. Dit gebeurde midden op het IJsselmeer, 30 kilometer van Harderwijk. Deze gebeurtenis markeerde eigenlijk het begin van Lelystad.

Dijkwerkers

Een gedeelte van Perceel P, een stuk dijk van ongeveer een kilometer lang, is verbreed tot 50 à 100 meter. Dit dijkvak kreeg de naam ‘Werkeiland’. Hier worden bouwputten aangelegd voor gemaal Wortman en de Noordersluis. Verder is er een werkhaven. De eerste dijkwerkers woonden op twee pontons, voor anker in de buurt van de dukdalf. Begin 1951 wordt op het verbrede dijkvak een barakkenkamp gebouwd. Dit houten kamp verving op den duur de pontons.

Gemaal Wortman was één van de drie gemalen die werden ingezet voor het droogmaken van Oostelijk Flevoland. Bij Harderwijk werd gemaal Lovink gebouwd en bij Ketelhaven gemaal Colijn. Gemaal Wortman bestaat uit vier centrifugaalpompen met een betonnen slakkenhuis. Elke pomp heeft een capaciteit van 500 kuub per minuut. De pompen worden aangedreven door vier zevencilinder dieselmotoren van elk 1.000 pk sterk.

Gigantische badkuip

De sluis bij gemaal Wortman overbrugt tegenwoordig een hoogteverschil van 6 meter. Dat ervaar je vooral als je met een boot de Noordersluis invaart of als je op het nieuwe land staat en je naar de sluisdeuren kijkt. Dan pas zie je goed hoe hoog het Markermeer ligt! We leven in Flevoland in een gigantische badkuip. Oostelijk Flevoland ligt maar liefst 4,8 meter onder de zeespiegel.

De ringdijk is van Oostelijk Flevoland is ontstaan door het aanbrengen van 30 miljoen kuub zand, 415.000 vierkante meter aan zinkstukken (ieder zinkstuk was 50 x 100 meter), 3,8 miljoen kuub keileem en 310.000 kuub steen-, beton- en asfaltbekledingen. Per dag werd, afhankelijk van het weer, maximaal 30 meter dijk aangelegd. Het werk was zwaar: de arbeiders werkten tijdens de zomermaanden 12 uur per dag.

Perceel P

Begin 1951 was er voldoende Werkeiland boven water om een houten kamp te plaatsen. Het houten kamp op Perceel P wordt in 1953 vervangen door een stenen kamp. Een stenen kamp kon uit omdat deze ook kon worden gebruikt bij de inpoldering van de Markerwaard. Het stenen kamp bood onderdak aan driehonderd ingenieurs, opzichters en arbeiders. Sommigen hadden hun vrouw en kinderen meegebracht. Het kamp was eigenlijk een klein dorp. In 1953 lag het werk tijdelijk stil, omdat personeel en materieel naar Zeeland ging in verband met de watersnoodramp.

Perceel P is vanaf 28 oktober 1954 niet langer een eiland. Die dag wordt de Knardijk gesloten en krijgt het stenen kamp een directe verbinding met Harderwijk.  Op 1 juli 1955 werd de Knardijk opengesteld voor het verkeer en werd het de eerste toegangsweg naar Lelystad. Dagjesmensen bezochten via de Knardijk het informatiecentrum. Toch wordt het dorp op het dijkvak Werkeiland Lelystad genoemd, of kortweg Lelystad. Op 1 juli 1955 werd de Knardijk geopend voor het verkeer. Duizenden dagjesmensen brachten een bezoek aan Lelystad, een dorp op een dijk.

Onder toeziend oog van Koningin Juliana werd de ringdijk van Oostelijk Flevoland op 13 september 1956 gesloten. Op deze plek ligt een gedenksteen en staat een kunstwerk met een gedicht van Jan Wolkers. Op dezelfde dag begon het gemaal Wortman met het droogmalen van de polder. Ruim 9 maanden later, op 29 juni 1957, viel Oostelijk Flevoland droog. Daarmee was 54.000 hectare land gewonnen. In 1968 volgde Zuidelijk Flevoland. De twee Flevopolders vormen samen het grootste kunstmatige eiland ter wereld (970 vierkante kilometer).

Hoe wordt zo’n dijk eigenlijk aangelegd?

Begonnen wordt met het onder water weg baggeren van de slappe klei- of veenlagen. Deze Om een stevige ondergrond te krijgen, worden deze vervangen door zand. Met het opgebaggerde keileem, dat uitstekend bestand is tegen water, worden vervolgens twee dijken gestort. De tussenruimte wordt opgevuld met zand. Dit zand wordt met keileem afgedekt. Aan de buitenzijde wordt de dijk onder water versterkt met kraagstukken van gevlochten rijshout en afgedekt met stortsteen. Boven de laagwaterlijn komt een steenbekleding – in latere tijden ook vaak asfalt – op een werkvloer van stro (krammatten). De bovenkant van de dijk wordt, buiten de wegverharding bedekt met klei en gras.