fbpx

Strijd over ontwerp Lelystad

Kenmerkend voor Lelystad? De fietspaden liggen gescheiden van de dreven. Het ontwerp van stedenbouwkundige Cornelis van Eesteren was gerust revolutionair te noemen. Hij wilde ook dat de stadshoofdwegen op dijklichamen van 3 meter hoog zouden liggen. Hij ging voor laagbouw. Ligging aan een baai. De Rijksdienst voor de IJsselmeerpolders (RIJP) was tegen dit plan: duur en risicovol. Vooral de aanleg van de verhoogde wegen. Een drastisch besluit volgde: het noordelijk deel van Lelystad werd niet bebouwd. Terwijl er al een begin was gemaakt met de riolering.

Stedenbouwkundige Cornelis van Eesteren, internationaal bekend vertegenwoordiger van de modernistische school, kreeg in 1959 de opdracht van minister van Verkeer en Waterstaat J. van Aartsen om een ontwerp te maken voor Lelystad. Het moest een functionele, eigentijdse stad met veiligheid, ruimte en schone lucht worden. Lelystad moest letterlijk een zichtbare stad worden met een verhoogd aangelegd centrum, en in het westen vol met groen.

De opvallendste kenmerken uit het uiteindelijke ontwerp van Van Eesteren, dat pas in 1964 klaar was, waren:
1. Lelystad zou rond het jaar 2000 100.000 inwoners tellen.
2. Lelystad zou aan een baai liggen, die werd gevormd door de dijken van de Markerwaard en Oostelijk Flevoland. Volgens Van Eesteren moest Lelystad doorgroeien in de Markerwaard.
3. De hele stad zou zich ontwikkelen langs een horizontale as, die dus van west naar oost liep. Dit gold ook voor het centrum.
4. De stadshoofdwegen zouden op dijklichamen worden aangelegd op 3 meter hoogte. De woonwijken moesten op polderpeil liggen, geïsoleerd van elkaar. Het stadscentrum moest - net als de hoofdwegen - op dijkhoogte worden gebouwd.
5. De eerste inwoners kwamen in een kale polder terecht. Qua wonen moesten ze erop vooruitgaan. Dus werd er gekozen voor laagbouw. Het waren vooral armere mensen die uit de flats in de Randstad wegtrokken.
6. Lelystad lag aan een kruising van snelwegen. De snelweg 10A zou vanuit Zwolle dwars door Lelystad naar Amsterdam zou lopen (oost-west verbinding).

Dreven en bruggen

De Rijksdienst voor IJsselmeerpolders (RIJP) was tegenstander van de plannen van Van Eesteren. De dienst vond het plan te duur en te onpraktisch. Het bleek goedkoper om het verkeer te scheiden door de fietspaden verhoogd aan te leggen en bruggen over de dreven te maken. De verhoogde fietspaden zijn inmiddels afgebroken. De bruggen zijn gebleven en langzaam en snel verkeer kruizen elkaar maar beperkt. Daarnaast was het bezwaar vanm de de RIJP dat het ontwerp van een complete stad te veel een eindplan was. Het zou decennia duren voordat Lelystad hier naar toe zou groeien. Tot die tijd zou het een gatenkaas zijn. Een enorm probleem vormde de snelweg 10A (de huidige Binnenhavenweg)..Deze zou dwars door Lelystad lopen.  Daarmee dreigde het gevaar dat de woonwijken decennialang gescheiden zouden blijven van een enorme lange strook van 250 meter breed onbebouwde grond. Ook lag het centrum te excentrisch.

De Beginweg was de eerste ingetekende weg van Lelystad. Daar zou volgens Van Eesteren de aanleg van deze nieuwe stad beginnen. Omdat de planvorming en de uitvoering zo dicht op elkaar zaten, was men reeds begonnen met de eerste fase van verkaveling op basis van het plan Van Eesteren. De RIJP kreeg de minister aan haar zijde. Er werd vervolgens een drastisch besluit genomen. Hoewel aan de noordzijde (vanuit Binnenhavenweg richting spoorlijn) al was gestart met aanleg van de riolering, zou er uiteindelijk niet worden gebouwd (uitgezonderd Jagersveld). Het liep anders. Lelystad schoof naar het zuiden op. De grond aan de noordzijde lag decennia braak, wachtend op een nieuwe bestemming. Uiteindelijk werd dit hét gebied van de biologisch-dynamische tuinbouw. In de jaren 90 de grootste in haar soort en de bakermat voor biologische landbouw in Nederland.